De 19 FNV-vakbonden zijn verdeeld over de hervorming van het pensioenstelsel. Daardoor is een pensioenakkoord tussen werknemers en werkgevers nog niet in zicht.
Grootste twistpunt is de mate van zekerheid die pensioenfondsen aan werknemers en gepensioneerden moeten bieden over de hoogte van de pensioenuitkeringen. De overkoepelende vakcentrale wil, verder onderhandelen over een pensioenstelsel waarbij de pensioendeelnemers geen harde garantie meer krijgen over de hoogte van hun pensioen.
De grootste en machtigste lidvakbond, FNV Bondgenoten, is daar tegen. Deze bond wil desnoods apart van de andere FNV-bonden strijden voor meer zekerheden en minder indexaties dan een pensioensysteem waarbij de hoogte van de pensioenuitkeringen direct meebeweegt met de fluctuaties op de effectenbeurzen in het huidige pensioenstelsel.
Het idee achter het loslaten van een minimale zekerheid omtrent de pensioenhoogte is dat pensioenfondsen dan geen hoge buffers meer hoeven aan te houden. Zodoende spelen zij geld vrij om meer te kunnen beleggen. Uit de beleggingsopbrengsten kunnen dan de zogenoemde indexaties van de pensioenuitkeringen oftewel de verhogingen van de pensioenen met de prijs- en looninflatie worden betaald.