Het kabinet heeft zijn voorstel om de griffierechten fors te verhogen aangepast. De Raad voor de rechtspraak vindt de tarieven echter nog steeds te hoog.
Iemand betaalt griffierechten als hij in beroep gaat tegen een uitspraak van de overheid. Oorspronkelijk wilde het kabinet de griffierechten voor bestuurszaken verhogen met 500 euro. Dat is nu teruggebracht naar 400 euro. Ook hoeven burgers bij hoger beroep geen griffierechten te betalen. Bij de kantonrechter komt er in handelszaken tot 500 euro en familiezaken voor mensen zonder vermogen een minimumtarief van 125 euro. Het standaardtarief voor familiezaken bij de rechtbank bedraagt 500 euro en geldt voor hogere inkomens.
De Raad voor de rechtspraak vindt de bijgestelde tarieven nog steeds onacceptabel omdat zo de toegang tot de rechter ernstig belemmerd wordt. Bovendien stelt de Raad dat de plannen leiden tot een vergroting van de administratieve lasten, het rondpompen van (overheids)geld en het optuigen van bureaucratie.