De financiële crisis en de discussie over de vergrijzing hebben een omslag veroorzaakt in het denken over pensioen. Eerder stoppen met werken blijkt niet langer de ambitie van werknemers. Dat stelt het ING Economisch Bureau op basis van cijfers van het CBS en TNO.
In 2005 was eerder stoppen met werken nog de norm onder werknemers. Slechts 20 procent van de werknemers wilde destijds doorwerken tot zijn 65ste. Nu is dat 44 procent van de werknemers.
De grote toename wordt deels veroorzaakt door de crisis, zo stelt ING. Huishoudens zagen hun vermogen de afgelopen jaren slinken. Rendementen van pensioenfondsen vielen tegen, en huizenprijzen en aandelenkoersen daalden. Daardoor is het voor sommige werknemers onmogelijk geworden eerder te stoppen met werken. Werknemers stellen hun ambities ook bij doordat de pensioenleeftijd omhoog gaat naar 66 en 67 jaar.
Doorwerken tot na 65 jaar is nog niet populair. Slechts 14 procent wil op dit moment ook na die leeftijd aan het werk blijven.