Pensioen werknemers
ANW Hiaat
Levensloop
Spaarloon
Pensioen werknemers
In Nederland bestaat het pensioenstelsel uit drie pijlers. Ten eerste is er het AOW-pensioen, via de overheid. Ten tweede bouwen de meeste werknemers via hun werkgever een ouderdomspensioen op. Daarnaast kunnen werknemers zelf voor aanvulling op hun pensioen zorgen.
Een werkgever brengt een pensioenregeling onder bij een bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. Indien een werkgever niet krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in bedrijfspensioenfonds (Wet Bpf) of de CAO verplicht is het pensioen onder te brengen bij een pensioenfonds kan hij zelf bepalen welk pensioen hij zijn werknemers toezegt en volgens welk pensioensysteem. Hierbij zal het budget dat beschikbaar gesteld wordt door zowel de werkgever en de werknemer een rol spelen. Een solide pensioenregeling is tegenwoordig een van de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarden om personeel te werven en te behouden.
Nagenoeg altijd is de Pensioen- en spaarfondsenwet van toepassing. Deze wet beoogt een toegezegd pensioen zoveel mogelijk zeker te stellen en regelt daartoe onder andere dat de pensioengelden buiten de risicosfeer van de onderneming gebracht moeten worden. Pensioenverzekeringen zijn fiscaal gefacilieerd; premies worden niet belast bij de werknemer, maar de uitkeringen worden tot het inkomen gerekend.
Soorten Pensioen
1. ouderdomspensioen
Het ouderdomspensioen gaat in vanaf de pensioendatum (vaak de 65-jarige leeftijd) en loopt tot het overlijden van de werknemer.
2. nabestaandenpensioen
Partnerpensioen is het pensioen dat na het overlijden uitgekeerd wordt aan de nabestaanden. Er bestaat pensioen voor de achterblijvende partner en de achterblijvende kinderen.
3. arbeidsongeschiktheidspensioen
Het arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsregeling, de WIA.
Het arbeidsongeschiktheidspensioen eindigt bij het bereiken van de pensioendatum. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt ook maar een deel van het pensioen uitgekeerd.
Pensioensystemen
1. Middelloonregeling
De pensioenaanspraken zijn gebaseerd op de diensttijd en de pensioengrondslag waarbij alleen de toekomstige dienstjaren meegenomen worden. Bij het vaststellen van de pensioengrondslag (het bedrag waarover het pensioen wordt opgebouwd) wordt rekening gehouden met de AOW. Er wordt per jaar een percentage (maximaal 2,25% voor het ouderdomspensioen) van de pensioengrondslag aan pensioen opgebouwd.
2. Eindloonregeling
De pensioenaanspraken zijn eveneens gebaseerd op de diensttijd en de pensioengrondslag, echter hierbij niet alleen over de toekomstige dienstjaren pensioen opgebouwd maar ook over de eerdere dienstjaren. Het opbouwpercentage is maximaal 2,00% van de pensioengrondslag.
3. Beschikbare premieregeling
De werkgever stelt een pensioenpremie beschikbaar waarmee door de werknemer een kapitaal opgebouwd wordt. Op de einddatum kan de werknemer met dit opgebouwde kapitaal een pensioen aankopen.
De beschikbare pensioenpremie dient te worden afgeleid van de leeftijdsafhankelijke staffel opgesteld door het Ministerie van Financien.
Pensioenwet
Per 1 januari 2007 is de nieuwe Pensioenwet in werking getreden. Deze wet wordt in 2007, 2008 en 2009 gefaseerd ingevoerd.
Op dit moment bevinden wij ons dus in een tussenfase waarbij de nieuwe Pensioenwet langzaam ingevoerd wordt en de huidige regelingen zonodig aangepast dienen te worden aan de nieuwe pensioenwet.
Volgens de Pensioenwet zijn er ook drie typen pensioenregeling mogelijk:
Deze typeringen hangen samen met het soort garantie dat de betreffende pensioenregeling biedt. In de communicatie-uitingen, zoals de pensioenovereenkomst en de startbrief, moet duidelijk worden vermeld om welk type pensioenregeling het gaat.
Uitkeringsovereenkomst
Deze uitkeringsovereenkomst garandeert een periodieke pensioenuitkering. De hoogte van de uitkering is gegarandeerd en wordt geïndexeerd zoals dat in de regeling is bepaald. De huidige eind- en middelloonregelingen zijn voorbeelden van uitkeringsovereenkomsten.
Kapitaalovereenkomst
De kapitaalovereenkomst garandeert een vast eindkapitaal. Hiermee wordt op de pensioendatum een pensioen aangekocht. Deze overeenkomst is vergelijkbaar met de huidige streefregeling.
Premieovereenkomst
Bij een premieovereenkomst is alleen de pensioenpremie gegarandeerd. De premie kan vervolgens worden besteed voor directe inkoop van een uitkering (renteverzekering), een kapitaal (kapitaalverzekering) of een belegging (beleggingsverzekering). In de overeenkomst moet duidelijk worden gemaakt bij wie de risico’s komen te liggen: bij de werknemer of de pensioenuitvoerder.
Algemene Nabestaanden Wet (ANW)
In Nederland kennen we een volksverzekering die recht geeft op een uitkering. De Algemene Nabestaandenwet (ANW). Doorgaans komt iedere inwoner van Nederland automatisch in aanmerking voor een ANW-uitkering.
Om voor een nabestaandenuitkering in aanmerking te komen dient men aan een aantal voorwaarden te voldoen, onder andere:
Wel is er een zogenaamde inkomenstoets: heeft de achterblijvende partner eigen inkomsten, dan wordt hier rekening mee gehouden en wordt er gekort op de uitkering.
Weeskinderen komen ook in aanmerking voor een uitkering.
De ANW maakt geen onderscheid tussen gehuwden, geregistreerd partners of samenwonenden. Ook als u gescheiden bent van de overledene kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering.
Onder het ANW-Hiaat verstaan we het verschil tussen de uitkering waarop nabestaanden recht hadden krachtens de (inmiddels vervallen) Algemene Weduwen en Wezenwet (AWW) en de huidige Algemene Nabestaanden Wet (ANW). Als gevolg van de invoering van de ANW kunnen nabestaanden geconfronteerd worden met een zeer forse inkomstenterugval. De ANW legt de verantwoordelijkheid voor het treffen van een financiële nabestaandenvoorziening grotendeels bij personen zelf. Het inkomstenverschil kan worden voorkomen met een (collectieve) ANW-gatverzekering.
Levensloop
Met de levensloopregeling kunt u een deel van uw brutosalaris sparen om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Alle werknemers die in Nederland werken kunnen gebruikmaken van de levensloopregeling.
De levensloopregeling kan worden gebruikt voor elke vorm van onbetaald verlof, zoals:
U mag de levensloopregeling zo vaak voor onbetaald verlof gebruiken als u wilt. Het tegoed kan immers steeds weer worden bijgevuld. Uw werkgever kan een financiële bijdrage leveren aan uw levensloopregeling, maar dit is niet verplicht.
Als u meedoet aan de levensloopregeling, wordt van uw brutoloon een bedrag ingehouden. Dit bedrag wordt gestort op een speciale spaarrekening die op uw naam staat, of als premie voor uw ‘levensloopverzekering’ overgemaakt. Dit kan bij bijvoorbeeld een verzekeraar, bank, beleggingsinstelling zijn.
In overleg met uw werkgever kunt u ook gespaarde tijd, bijvoorbeeld bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren of adv-dagen om laten zetten in geld. Dit bedrag kan dan op de levenslooprekening/verzekering worden gestort.
Per jaar kunt u maximaal 12 % sparen van het brutoloon dat u in dat jaar verdient. In totaal mag u sparen tot maximaal 210% van uw bruto jaarloon.
(Wie op 31 december 2005 51 jaar of ouder maar nog geen 56 jaar was, valt onder de overgangsregeling en mag meer sparen).
Spaarloon
De spaarloonregeling zorgt ervoor dat u een deel van uw brutosalaris kunt sparen. U hoeft over het bedrag dat u opzij zet geen loonheffing te betalen, waardoor u een aardig belastingvoordeel kunt hebben. Per jaar kunt u op deze manier maximaal € 613 sparen.
Uw werkgever is overigens niet wettelijk verplicht een spaarloonregeling aan te bieden.
Het geld moet op een geblokkeerde spaarrekening worden gezet en staat daar in principe voor vier jaar vast. Na vier jaar kunt u vrij beschikken over het geld. Wilt u het geld eerder gebruiken (deblokkeren), dan kan dat met behoud van het belastingvoordeel alleen als u het gebruikt voor een 'omschreven doel': de aankoop van een eigen huis, het starten van een eigen bedrijf, onbetaald verlof, de kosten van kinderopvang, studiekosten.
U kunt de (maandelijkse) spaarloonbedragen ook gebruiken als premie voor een levensverzekering.